Een gezonde financiële positie van een gemeente voor een begrotingsjaar bestaat uit drie onderdelen: een sluitende begroting en meerjarenraming, een goede liquiditeits-solvabiliteitspositie en voldoende weerstandsvermogen. Om meer inzicht te krijgen op de liquiditeits- en solvabiliteitspositie, is de begroting en meerjarenraming vertaald naar een geprognostiseerde meerjarenbalans. Net als de balans in de jaarrekening geeft die inzicht in de ontwikkeling van onze bezittingen en schulden over de diverse jaren.
Meerjarenbalans
bedragen x € 1 miljoenToelichting geprognosticeerde balans
Vaste activa
De boekwaarde van de vaste activa neemt toe van circa € 161 miljoen eind 2027 tot circa € 176 miljoen eind 2030. Dit hangt samen met het hoge investeringsniveau in de komende jaren. Bij de raming is rekening gehouden met enige vertraging in de uitvoering van investeringen.
Voorraden
De boekwaarde van de voorraden neemt de komende jaren toe. Dit hangt voornamelijk samen met de ontwikkeling van de gemeentelijke grondexploitaties. Nieuwe grondexploitaties die nog niet door de raad zijn vastgesteld, zijn nog niet in de geprognosticeerde balans verwerkt.
Financiering en schuldpositie
De beschikbare liquide middelen en uitzettingen worden de komende jaren ingezet voor de financiering van de investeringen. Hierdoor ontstaat een toenemende behoefte aan externe financiering. De langlopende schuld daalt van circa € 92 miljoen eind 2026 naar circa € 87 miljoen eind 2027 en loopt daarna op tot circa € 109 miljoen eind 2030.
Eigen vermogen en voorzieningen
Het eigen vermogen neemt gedurende de meerjarenperiode af. Dit wordt met name veroorzaakt door de geraamde begrotingstekorten vanaf 2028. Ook de omvang van de voorzieningen neemt af, van circa € 8,4 miljoen eind 2027 tot circa € 5,4 miljoen eind 2030. De daling van de voorzieningen hangt onder andere samen met de inzet van de egalisatievoorzieningen voor riool en afval.
Conclusie
De geprognosticeerde balans laat zien dat de financiële positie de komende jaren verandert. Door het hoge investeringsniveau worden beschikbare liquide middelen ingezet en neemt de financieringsbehoefte toe. Tegelijkertijd zetten de meerjarige begrotingstekorten het eigen vermogen onder druk. De uitgangspositie is nog solide, maar het belang van een structureel sluitend meerjarenperspectief neemt hierdoor toe.