Reserves
bedragen x € 1.000De totale omvang van de reserves neemt af van € 63,3 miljoen eind 2026 naar € 61,6 miljoen eind 2027 en € 52,3 miljoen eind 2030. Een belangrijk deel van deze daling wordt veroorzaakt door de geraamde begrotingstekorten in de meerjarenperiode. Deze worden cumulatief verwerkt in Rekeningsaldo te bestemmen. Dit saldo bedraagt eind 2027 nog € 0,6 miljoen positief en loopt vervolgens terug naar € 1,7 miljoen negatief eind 2028 en € 8,5 miljoen negatief eind 2030.
Algemene reserves
De algemene reserves nemen af van € 38,3 miljoen eind 2026 naar € 36,9 miljoen eind 2027. Daarna blijft de omvang relatief stabiel rond € 36,3 miljoen. De ontwikkeling wordt vrijwel geheel veroorzaakt door de Vrij aanwendbare reserve (VAR). In 2027 wordt circa € 1,4 miljoen aan de VAR onttrokken, vooral voor incidentele voorstellen uit het collegeuitvoeringsprogramma en eerder genomen besluiten. Daartegenover staan slechts beperkte toevoegingen. In 2028 bedraagt de geraamde onttrekking nog circa € 0,7 miljoen. Vanaf 2029 zijn de mutaties beperkt.
De financieringsreserve blijft gedurende de gehele periode circa € 10,0 miljoen. Ook de bufferreserve grondexploitatie blijft vanaf eind 2026 met circa € 5,2 miljoen ongewijzigd.
Bestemmingsreserves
De bestemmingsreserves nemen beperkt af van € 24,5 miljoen eind 2026 naar € 24,2 miljoen eind 2027. In de jaren daarna blijft de totale omvang rond € 24 miljoen. Binnen dit totaal vinden wel verschuivingen plaats.
De reserve Invoeringskosten Omgevingswet wordt de komende jaren ingezet voor de verdere invoering en uitvoering van de Omgevingswet en neemt daardoor af van € 1,4 miljoen eind 2026 naar € 0,3 miljoen eind 2030. De reserve Gelabelde middelen neemt daarentegen toe van € 8,1 miljoen naar € 9,1 miljoen. Deze reserve bevat middelen die voor specifieke toekomstige uitgaven zijn bestemd.
De reserve Kapitaallasten neemt eerst toe van € 3,6 miljoen eind 2026 naar € 3,9 miljoen eind 2027 en neemt daarna geleidelijk af tot € 3,2 miljoen eind 2030. De toename in 2027 hangt met name samen met stortingen voor de voorbereidingskosten MFA Daarle (€ 0,5 miljoen) en in 2028 met het wandelpad Haarle-De Pas (€ 85.000,--). Uit de reserve worden jaarlijks de kapitaallasten van de daarvoor aangewezen investeringen gedekt.
Voorzieningen
bedragen x € 1.000De omvang van de voorzieningen neemt af van € 14,8 miljoen eind 2026 naar € 8,4 miljoen eind 2027. De belangrijkste oorzaak is de overgang van de pensioenen van politieke ambtsdragers naar het ABP. Hierdoor worden de voorzieningen APPA en APPA ingegane pensioenen in 2027 afgewikkeld. Samen hadden deze voorzieningen eind 2026 een omvang van circa € 6,1 miljoen.
In de jaren daarna neemt de omvang van de voorzieningen verder af tot € 5,4 miljoen eind 2030. Dit wordt vooral veroorzaakt door de inzet van de egalisatievoorzieningen voor afvalstoffen- en rioolheffing. De voorziening Egalisatie afvalstoffenheffing neemt af van circa € 2,0 miljoen eind 2026 naar € 0,2 miljoen eind 2030. De voorziening Egalisatie rioolheffing neemt in dezelfde periode af van circa € 2,1 miljoen naar € 0,6 miljoen. Deze eerder via de heffingen opgebouwde middelen worden ingezet om de ontwikkeling van de tarieven voor inwoners te beperken.
De onderhoudsvoorzieningen voor wegen en bruggen en tunnels blijven gedurende de meerjarenperiode op hetzelfde niveau. De voorziening Spaarverlof neemt toe van circa € 0,8 miljoen eind 2026 naar circa € 0,9 miljoen vanaf 2028.
Geactiveerde voorzieningen
bedragen x € 1.000Naast de voorzieningen aan de passivazijde van de balans zijn er voorzieningen die in mindering worden gebracht op de betreffende posten aan de activazijde. Deze voorzieningen worden gevormd om rekening te houden met verwachte verliezen.
Als een verlies zich daadwerkelijk voordoet, wordt dit ten laste van de betreffende voorziening gebracht. De benodigde omvang van de voorzieningen voor dubieuze debiteuren is voor meerdere jaren moeilijk te voorspellen. Daarom wordt de benodigde hoogte hiervan jaarlijks bij het opstellen van de jaarrekening opnieuw beoordeeld.
De geactiveerde voorzieningen bedragen circa € 0,7 miljoen eind 2026 en € 0,5 miljoen eind 2027. Daarna blijft de omvang nagenoeg stabiel op circa € 0,5 miljoen. De daling in 2027 wordt voornamelijk veroorzaakt door het vervallen van de voorziening Toekomstige verliezen grondexploitatie-activa.